Sneeuwschimmel/Voetrot (Fusarium nivalis)
Herkenning
Sneeuwschimmel
begint met kleine, waterige plekken van 4 tot 6 cm groot. De
geel/oranjebruine vlekken hebben een donkerbruine rand en kunnen
uitbreiden tot wel 25 cm. Op een bepaald moment zullen de vlekken
elkaar dan ook overlappen. Bij hoge luchtvochtigheid (bijvoorbeeld
door dauw of mist) ziet u grijs/rose schimmelpluis in de aangetaste
plekken. De optimale temperatuur voor sneeuwschimmel ligt tussen de 0
en 8 graden Celsius, maar pas bij een temperatuur onder de 0 graden
Celsius of boven de 20 graden Celsius wordt de schimmel inactief. De
schimmel kan zich onder sneeuw uitbreiden, waarbij de schade pas
zichtbaar wordt als de sneeuw verdwenen is. De schimmel manifesteert
zich meestal in de herfst tot voorjaar, maar ook in de rest van het
jaar kan de schimmel voorkomen, bijvoorbeeld tijdens een natte zomer.

Oorzaak:
-
hoge pH werkt de ziekte in de hand
- temperatuurswisselingen
-
laat vrijkomen van te veel stikstof in najaar
- tekort aan
luchtcirculatie
- tekort aan kalium
- verdichte en daardoor
slecht opdrogende gronden
- bedekking met maaisel
- hoge
luchtvochtigheid
- continu vocht in de grasmat (mist/dauw)
Preventie/bestrijding:
- voorkom
verspreiding via maaimachine
- na eind september minimaal bemesten
met -. stikstof, bij voorkeur geen snelwerkende
-.N-meststof
- winterbemesting in het najaar met kali-meststof -. (K)
-
goed afgestelde maaimachine met scherpe -. messen
- wegwerken
van dauw
- verzamelen van maaisel en bladeren





