Voedingsstoffen
De belangrijkste voedingstoffen voor de
grasmat zijn stikstof(N), fosfaat(P)
en kali(K).
Stikstof (N)
Stikstof
is een belangrijk bestanddeel van de eiwitten en van het bladgroen.
Ook stimuleert stikstof de celdeling, zodat door een
stikstofbemesting de plant sneller gaat groeien, met name de
bovengrondse delen. Omdat stikstof een bestanddeel vormt van het
bladgroen, wordt door een stikstofbemesting de groene kleur van het
gras donkerder. Stikstof bevordert tenslotte de uitstoeling van de
plant. In combinatie met regelmatig en vaak maaien leidt dit tot een
mooi gesloten mat.
Voor de onderhoudsbemesting is het aan te
raden te kiezen voor langzaamwerkende meststoffen. Deze zijn zowel in
minerale als in organische vorm verkrijgbaar. Gras kan namelijk niet
goed tegen grote hoeveelheden direct beschikbare stikstof in de
bodem. De graswortels kunnen dan verbranden, ook gaat het gras dan
heel explosief groeien met als gevolg dat het gras week wordt, minder
goed tegen betreding kan en vatbaar wordt voor ziektes. Voor de
startbemesting na de winter is het aan te raden een snelwerkende
meststof te gebruiken, om de grasgroei zo snel mogelijk opgang te
helpen.
Fosfaat (P)
Fosfor is net als
stikstof, een bestanddeel van de eiwitten in de plant. Fosfor
bevordert vooral de wortelontwikkeling en de vorming van enzymen. Bij
een tekort aan fosfaat krijgt men kleine slecht ontwikkelde planten
met rode en paarse tinten. De onderste bladeren van de grasplant
vallen uiteindelijk van de stengel af.
Kali (K)
Kali
speelt een rol bij het vervoer van koolhydraten in de plant en het
zorgt voor de waterhuishouding in de plant. Kali maakt de plant
weerbaar tegen vorst en droogte. In een droog jaar heeft de plant
meer behoefte aan kali dan in een nat jaar.




