Bemesting
Vier weken na het leggen van de zoden
kunt u beginnen met bemesten. Zoden die in de herfst/winter gelegd
zijn, voor het eerst na de winter bemesten (ongeveer half maart).
Om
de grasgroei na de winter snel op gang te krijgen, de eerste gift
(half maart) altijd snelwerkende NPK meststof gebruiken. In de
periode april tot oktober eens in de 3 à 5 weken snelwerkende
NPK meststof strooien. (Zie ook Voedingstoffen ).
In natte periodes vaker strooien dan in droge periodes. Een goede
stelregel is dat u zodanig bemest dat u in het groeiseizoen tweemaal
per week moet maaien. Strooi nooit meer dan 2 à 3 kg NPK
meststof per 100 m² per keer. Strooi de kunstmest alleen op
droog gras, daarna sproeien als regen uitblijft.
Een nadeel van snelwerkende NPK
meststoffen is dat ze een explosieve groei veroorzaken en dan snel
weer uitgewerkt zijn. Ook het verdelen van snelwerkende meststoffen
is een precies werkje. Als er te veel van deze meststoffen op één
plaats komen is de kans op verbranding van het gras erg groot! Om aan
deze nadelen tegemoet te komen zijn er tegenwoordig ook langzaam
werkende organische meststoffen in de handel. Deze meststoffen zijn
ongeveer drie à vier maanden werkzaam. U hoeft dan maar twee-
of driekeer per jaar te bemesten. Bij deze meststoffen is er
nauwelijks gevaar voor verbranding van de grasmat. Deze meststoffen
kunnen met de graszoden worden meegeleverd.
In de periode
oktober tot maart géén snelwerkende NPK meststof
strooien. Langzaamwerkende meststof alleen als deze weinig tot geen
stikstof (N) bevat. In oktober "Herfst gazonmest strooien",
zodat het gras beter bestand is tegen vorst. Kalk alleen in de herfst
strooien, als de pH (zuurgraad) lager is dan 5. De optimale pH ligt
tussen 5,5 en 6,5. Indien de pH hoger dan 7 wordt, kan uw gazon
onherstelbaar beschadigd raken.




